AMSTERDAM - De kans is groot dat de maatregel van staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs) om het collegegeld voor 'langstudeerders' met jaarlijks 3.000 euro te verhogen niet standhoudt voor de rechter. Een arrest van de Hoge Raad uit 1989 biedt daartoe de opening.
Dat zegt de Leidse staatsrechtgeleerde Wim Voermans: 'De wet voorziet niet in een overgangsrecht voor mensen die al zijn begonnen aan hun studie en hier ineens mee worden geconfronteerd. Door die omissie zal de rechter de wet straks waarschijnlijk kunnen toetsen aan het rechtszekerheidsbeginsel en onverbindend verklaren.'
Het wetsvoorstel wordt binnenkort door de Kamer besproken en zou al per 1 september dit jaar moeten ingaan. Met de maatregel hoopt staatssecretaris Zijlstra 370 miljoen euro te bezuinigen.
Juridisch achterdeurtje
'Het is echt een juridisch achterdeurtje', zegt Voermans. 'Eind jaren tachtig werd Deetmans Harmonisatiewet ook getoetst op het overgangsrecht. Uiteindelijk hield die stand omdat de Hoge Raad oordeelde dat parlementaire wetten niet aan de grondwet kunnen worden getoetst. Dat geldt hier niet. Het overgangsrecht ontbreekt en wordt dus ook niet parlementair besproken.'
Ook de Raad van State wijst op het ontbreken van overgangsrecht in het wetsvoorstel. De Raad noemt de doelstelling van de wet onduidelijk en vraagt zich af waar het de staatssecretaris om te doen is: het terugdringen van het aantal langstudeerders of het binnenhalen van een bezuiniging? Zijlstra heeft in een reactie op de kritiek van de Raad erkend dat de bezuiniging belangrijk is.
Algemene korting
De staatssecretaris heeft het bedrag dat hij hoopte op te halen met de boete voor de universiteiten en hogescholen, 3.000 euro per langstudeerder, veranderd in een algemene korting. Gevreesd werd dat van deze boete de verkeerde prikkel zou uitgaan naar de scholen om studenten zo snel mogelijk door hun studie te jagen.
Volgens het ministerie van Onderwijs houdt de regeling juridisch wel stand, en is deze daarom op deze manier ingediend bij de Tweede Kamer. Intussen slijpt de studentenvakbond LSVb zijn messen. 'Zodra de wet door het parlement is, brengen we de houdbaarheid ervan voor de rechter', zegt voorzitter Sander Breur. 'Wij zullen alles doen om te zorgen dat studenten niet de dupe worden van iets wat ze bij het begin van hun studie niet wisten.'
Rechtszekerheidsbeginsel
Ook de Tilburgse rechtsgeleerde Maurits Barendrecht ziet kansen om de werking van de wet tegen het rechtszekerheidsbeginsel te leggen. Barendrecht was in de jaren tachtig de advocaat van de LSVb die de Harmonisatiewet, ook bedoeld om studenten sneller te laten studeren, voor de rechter bracht. 'Voermans zou hierin gelijk kunnen hebben. Maar sowieso verdient het aanbeveling ernaar te laten kijken. De rechter is inmiddels wat minder huiverig om parlementaire wetten te beoordelen dan in de jaren tachtig.'
Ook professor Barendrecht zegt het 'heel vreemd' te vinden tijdens iemands studie de voorwaarden drastisch te veranderen. 'Dat zou je eens halverwege de rit met de hypotheekrenteaftrek moeten proberen.'
(bron: De volkskrant)